• Rijnlandroute (tegemoetkoming in schade aanvragen)

Rijnlandroute (tegemoetkoming in schade aanvragen)

DESGEWENST VÓÓR 27 JANUARI 2021 TEGEMOETKOMING IN SCHADE AANVRAGEN TENGEVOLGE VAN PROVINCIAAL INPASSINGSPLAN !

Het Provinciale Inpassingsplan Rijnlandroute werd onherroepelijk toen de hoogste bestuursrechter (= de Raad van State) op 27 januari 2016 definitief erover besliste.

Volgens de Wet ruimtelijke ordening moet een aanvraag voor tegemoetkoming in zogenaamde planschade worden ingediend binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de ‘schadeoorzaak’ - = het Inpassingsplan, dat immers de weg mogelijk maakt – dus vóór 27 januari 2021.

Volgens die wet “kent het College van Gedeputeerde Staten (GS, = provinciale Dagelijkse Bestuur)  na een aanvraag daartoe een tegemoetkoming toe aan degene die schade lijdt of zal lijden in de vorm van een vermindering van de waarde van de onroerende zaak of een inkomensderving
als gevolg van (o.a.) een Inpassingsplan of een daaruit voortvloeiende Omgevingsvergunning,
voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven (NB zie onderaan!) en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd”.

De planschade voor eigenaar of huurder moet bestaan uit vermogensschade (bijv. waardedaling van de woning) of inkomensschade (verlies van inkomsten/omzet/winst, of teveel betaalde huur).

Tijdelijke overlast en overlast tijdens de aanleg van de weg vallen niet onder de planschaderegeling.

Sóms gaat het om directe schade door een beperking van bebouwings- of gebruiksmogelijkheden van het eigen of gehuurde perceel.

Voor onze omwonenden van de weg betreft het meestal indirecte schade: het Inpassingsplan maakt door de aanleg van de Rijnlandroute waardedrukkende ontwikkelingen in hun omgeving mogelijk.

Die aanleg leidt immers tot ongunstige effecten zoals verslechtering van milieuomstandigheden (bijv. geluid, luchtkwaliteit, stank, trilling) en tot immateriële schade als aantasting van uitzicht of privacy, alle te rangschikken onder het begrip: vermindering van het woongenot, leidend tot een algemene verslechtering van de situeringswaarde van de woning.

Peildatum voor de gestelde geleden schade is de datum waarop het Inpassingsplan in werking is getreden ofwel 21 april 2015: bij het beoordelen van mogelijke schade wordt onder meer de waarde van de onroerende zaak direct vóór én direct ná die peildatum met elkaar vergeleken, dus in de situatie dat er nog géén Inpassingsplan bestond én in de situatie dat dat plan wél van kracht is. 

Voor de Voorwaarden en Aanpak en Contact rond de aanvraag en voor het Aanvraagformulier planschade tegemoetkoming zie de provinciale link :https://www.zuid-holland.nl/@8083/planschade-aanvraag/ 


NB Ter voorkoming van veel en achteraf zinloos gebleken uitzoekwerk:

1)      Voor hetbehandelen van de aanvraag is men € 300,00 verschuldigd (dat wordt verrekend met een eventueel later toegekende claim);

2)      Volgens de wet blijft voor rekening van de aanvrager minimaal 2% van de waarde van de onroerende zaak direct vóór het ontstaan van de schade (= normaal maatschappelijk risico);

3)      Volgens de wet blijft de gehele schade voor rekening van de aanvrager wanneer de aanleg van de Rijnlandroute voorzienbaar was ten tijde van de aankoop/huur van de onroerende zaak:

volgens GS was die aanleg voorzienbaar na maart 2003 ofwel het moment van bekendmaking van het provinciale Streekplan Zuid-Holland-west.

Frank Kroon

Commissie Rijnlandroute