Interview met wethouder Robert Strijk


Na 2020 openbaar vervoer op maat voor Stevenshof

Robert Strijk is wethouder Bereikbaarheid, Binnenstad, Economie en Cultuur van Leiden. Hij is geboren en getogen Leidenaar. Twee uitspraken van hem in het verleden gedaan die zijn blijven hangen: “Ik ben wethouder voor alle Leidenaren en het gemeentebestuur wil het doorgaand verkeer zoveel mogelijk de stad uit”. Tel uit je winst, denk ik dan. Het verkeer de stad uit, betekent ook de verkeersintensiteit op de Churchilllaan verminderen en Leiden Zuid-West ontlasten van 40 jaar uit de hand gelopen verkeerscongestie, waar tot aan het jaar 2008 zowel ambtelijk als politiek qua plannenmakerij èn uitvoering niets aan gedaan is. Dat valt de Leidse politiek, maar ook de bureaucratie zwaar aan te rekenen, concludeer ik, terugkijkend,  als redacteur van de Polderpraat.

De uitspraak van Strijk, “ik ben wethouder voor alle Leidenaars”, lijkt een open deur, maar is ondermeer een signaal naar bewoners van de Stevenshof dat zij toch echt tot een groter geheel behoren, ondanks hun zwaarwegende belangen en legitieme standpunten, bijvoorbeeld om de aanleg van de RijnlandRoute te voorkomen. “Naast de belangen van de bewoners van de Stevenshof, spelen er ook nog andere belangen mee”, aldus Strijk, “en die uiteenlopende belangen moeten tegen elkaar afgewogen worden om uiteindelijk tot een beslissing te komen, dit op voldoende draagvlak in de stad kan rekenen. Dit maakt dat het besturen van een politiek ambtelijke organisatie complexer is dan het managen van een commerciële organisatie, die een simpel doel heeft: winst maken”.

Na een tevergeefs beroep van bewoners van de Stevenshof heeft het hoogste rechtscollege van ons land, de Raad van State, definitief beslist dat de RijnlandRoute aangelegd mag worden. De RijnlandRoute wordt op sommige punten 80 meter van de bebouwing van de Stevenshof weliswaar verdiept aangelegd, maar dat is anno 2017 toch wel een pijnlijke constatering, temeer daar de weg in Voorschoten helemaal ondertunneld wordt. De eerste vraag aan Robert Strijk gaat over de aanleg van de RijnlandRoute, die langs de zuidrand van de Stevenshof komt te lopen.

 

Vindt u het een gerechtvaardigde verlangen van de bewoners van de Stevenshof om de tunnelbuis van de Rijnlandroute te verlengen, zodat de Rijnlandroute niet ‘te horen, te ruiken en te zien’ is?

De aanleg van de RijnlandRoute is volgens Strijk van groot belang voor Leiden en de regio. Als gemeentebestuur willen wij en de Gemeenteraad steunt ons daarin, zoveel mogelijk verkeer uit de stad weghalen door de aanleg van de RijnlandRoute. Het verkeer in de stad staat dagelijks muurvast en dat is al decennialang het geval. De RijnlandRoute moet de stad zo veel mogelijk gaan ontlasten.

Wat ik een gerechtvaardigd verlangen vind, is dat de weg goed ingepast wordt in de omgeving. De RijnlandRoute is meer dan goed ingepast, zelfs beter dan de wetgeving op dit gebied verlangt. De RijnlandRoute is verdiept aangelegd. De passage onderlangs de Stevenshof bij de A44 had ook op maaiveld niveau kunnen liggen en er had ook een fly-over gebouwd kunnen worden. Het gemeentebestuur is er in geslaagd om de weg landschappelijk zo goed mogelijk in te kunnen passen en we doen ons best om de weg nog beter in te passen, waardoor de weg in de toekomst zo min mogelijk te horen, te zien en te ruiken zal zijn.

 

Hoe schat u de kans in dat dat er een verlengde tunnelbuis komt onderlangs de Stevenshof?

De kans dat er een verlengde tunnelbuis komt tot aan de A44 acht ik niet reëel. Wat de omwonenden willen, kan niet en is uit een oogpunt van tunnelveiligheid in feite niet haalbaar. De Provincie Zuid-Holland acht die kans overigens ook uitgesloten. Er bestaan een aantal obstakels om de tunnelbuis van de RijnlandRoute te verlengen tot aan de A44, zoals de kosten, de tunnelveiligheid, een hernieuwde aanpassing van het Inpassingsplan. Er is inmiddels een aannemer en de uitvoering gaat spoedig beginnen. Om dit soort redenen is de Provincie Zuid-Holland eigenlijk niet van zins om de tunnelbuis te verlengen.

 

Tegen de achtergrond hiervan zegt Strijk dat hij heeft opgekeken van het percentage van 30% aan risico-opslag dat de Provincie heeft ingecalculeerd, met de kanttekening dat die 30% extra niet noodzakelijkerwijs hoeft te worden uitgegeven aan meerwerk, zoals het verlengen van de tunnelbuis. 30% Is een zeer ruime marge. Het meeste meerwerk komt voort uit onvoorziene omstandigheden. Als die zich niet voordien of slechts in beperkte mate, hoeft dat geld niet te worden uitgegeven, hoewel de aanleg van een weg zoals de RijnlandRoute wel een enorm complex project is. In de aanleg van de weg zitten altijd onzekerheden ingebakken. Daarvoor bestaat een reservepotje.

De provincie heeft aangegeven dat gezien het in hun ogen te beperkte aanbestedingsvoordeel er geen sprake meer kan zijn van extra inpassingswensen. De gemeente heeft nog de volgende wensen neergelegd bij de provincie die voor de Stevenshof van belang zijn. Een verbetering in de vorm van een verdere verlenging van de tunnel, horizontale geluidsschermen en/ of een dicht-open-constructie. Een andere kansrijke optie bij de Stevenshof is de verbreding van het aquaduct onder de Veenwatering.

 

Tussen het belang van tunnelveiligheid en leefklimaat kun je een afweging maken. Wat is voor u zwaarwegend?

Wat betreft de tunnelveiligheid is de gemeente Leiden het bevoegd gezag, die de vergunning afgeeft. De gemeente Leiden mag alleen toetsen op veiligheid op basis van de tunnelwet. De Provincie Zuid/Holland is als tunnelbeheerder verantwoordelijk voor het tunnelveiligheidsplan. Een belangrijke wettelijke regel waar besluitvormers zich aan moeten houden is hoeveel seconden er moeten verstrijken bij een bepaalde rijsnelheid tussen het moment dat een voertuig de tunnel uitrijdt en gaat weven om in te voegen op de A44 vanuit Wassenaar.

De ambtenaar tijdens het gesprek aanwezig ziet vanuit zijn technische zienswijze, geen relatie tussen het verlengen van de tunnelbuis van de Rijnlandroute tot aan de A44 en de afkalving van het leefklimaat in de Stevenshof. Als gemeente moeten wij voldoen aan de wet op het gebied van tunnelveiligheid. Dus kun je geen concessies doen aan de veiligheid.

 

De bestuurder Strijk ziet de relatie tussen tunnelveiligheid en het leefklimaat in de Stevenshof wel. Maar het blijft een lastige keuze tussen tunnelveiligheid enerzijds en het afnemende leefklimaat in de Stevenshof anderzijds. Een verlengde tunnelbuis brengt meer risico met zich mee dan een open tunnelbak, zoals die nu gepland is. Maar een open tunnelbak is nadeliger voor het leefklimaat in de Stevenshof. Als je de tunnelbuis verlengt, moet getoetst worden of de tunnel nog veilig is en wat dat oplevert aan een verbetering van het leefklimaat in de Stevenshof, waar de Raad van State op gewezen heeft in haar besluit. Als er een ongeluk in de tunnel gebeurt, dan moet de veiligheid gewaarborgd zijn. Dat is een uitgangspunt. Als er wat misgaat in de tunnel, mogen burgers van de overheid verlangen dat hun veiligheid niet in het geding is.

Het is mijn taak als politicus om verschillende belangen, die vaak tegenstrijdig zijn, tegen elkaar af te wegen en een beslissing te nemen, die uiteindelijk door de gemeenteraad goedgekeurd moet worden. Ik kan me goed voorstellen dat je niet iedereen blij kunt maken met een beslissing, hoewel we ons best doen zo goed mogelijk te luisteren naar de omwonenden en met hun belangen rekening te houden. We proberen burgerparticipatie in de besluitvorming zo veel mogelijk te bevorderen, omdat zoiets in het belang van iedereen is.

 

Hoe staat het in Leiden met de participatie van bewoners in de besluitvorming?

Met de burgerparticipatie zijn wij in Leiden op de goede weg. Dat wordt bevestigd door een rapport van de Rekenkamer. De hoofdconclusie van dat rapport is dat het in Leiden, zeker in vergelijking met andere steden van gelijke omvang, goed gaat. Op het moment dat het gemeentebestuur een plan heeft, betrekken wij alle partijen erbij. De vraag die wij onszelf stellen is welke partijen moeten wij betrekken bij de besluitvorming en in welke rol moeten wij betrokkenen laten participeren, informeren, raadplegen of adviseren, afhankelijk van de fase van een project. We proberen in een besluitvormingstraject steeds de positie van de bewoners en andere belanghebbenden te benoemen. Uiteindelijk heeft de Gemeenteraad van Leiden altijd het laatste woord. Zij nemen de definitieve beslissingen die het gemeentebestuur mag gaan uitvoeren. Ik vind dat het gemeentebestuur de participatie van bewoners beter aanpakt dan vroeger. Dat neemt echter niet weg dat er altijd belangentegenstellingen zullen zijn, die wij als gemeentebestuur moeten zien te overbruggen. Dat lukt niet altijd, want je kunt niet iedereen tevreden stellen. Er zijn natuurlijk altijd mensen die op een beter resultaat hadden gehoopt. Daaraan valt niet te ontkomen.

 

Welke mogelijkheden heeft de gemeente het openbaar vervoer in Leiden en in de Stevenshof te verbeteren, gegeven het feit dat de Provincie Zuid-Holland concessieverlener is?

Voor het openbaar vervoer in Leiden en de regio is de provincie Zuid-Holland concessieverlener en dus hoofdverantwoordelijke. Een nieuw moment om met de Provincie over het openbaar vervoer in gesprek te gaan en onze langetermijn visie in te brengen dient zich over een paar jaar aan, als een nieuwe concessie verleend moet worden aan een busmaatschappij. En dat kan een andere maatschappij zijn dan Arriva, die momenteel het openbaar vervoer verzorgt. Een nieuwe concessie zal ergens tussen 2020 en 2022 verleend worden. We moeten dan echt een grote slag slaan en willen samen met de provincie Zuid-Holland van tevoren nadenken over de vraag hoe het openbaar vervoer in Leiden en omgeving er na 2020 uit moet zien. Momenteel is het openbaar vervoer in Leiden erg aanbodgericht. Wij willen toe naar een openbaar vervoer dat meer vraaggericht is, dat wil zeggen dat de klanten, de passagiers meer gaan bepalen wanneer zij van het openbaar vervoer gebruik willen maken en niet langer afhankelijk zijn van de dienstregeling van Arriva. Het betekent veel meer dan nu, openbaar vervoer op maat, naar behoefte en op afroep van de reiziger, zodat we bijvoorbeeld pieken in het aanbod van passagiers ook veel beter kunnen opvangen en rekening kunnen gaan houden met de behoeften van verschillende groepen. Zo kunnen de behoeften van oudere mensen aan openbaar vervoer anders zijn dan van jongere mensen of van werkenden. Verschillende groepen stellen verschillende eisen aan het openbaar vervoer.

 

Wat verstaat u onder een diverser openbaar vervoer en hoe ziet u de toekomst van het openbaar vervoer?

Er zijn in Nederland en dus ook in Leiden twee gesubsidieerde vormen van openbaar vervoer. In de eerste plaats het openbaar vervoer, waarvan iedereen gebruik kan maken. Dit openbaar vervoer wordt door de overheid voor een deel gesubsidieerd, maar gebruikers moeten wel een kaartje kopen. De tweede vorm van openbaar vervoer is in principe gesubsidieerd openbaar vervoer in het kader van de Wet WMO (wet Maatschappelijke Ontwikkeling), voor mensen die hulp behoeven en zich niet meer zelfstandig kunnen verplaatsen van A naar B. De derde vorm van openbaar vervoer is de taxi. Deze vorm van openbaar vervoer is volledig geprivatiseerd en vraaggericht. In de nabije toekomst moeten we naar mengvormen tussen deze vormen van openbaar vervoer gaan zoeken. Vanuit elke wijk in Leiden moeten mensen het station, de stad en de ziekenhuizen makkelijk kunnen bereiken. Met het oog op het verlenen van een nieuwe concessie voor een openbaar vervoersbedrijf in 2020, zijn we nu bezig met het formuleren van onze vragen en behoeftes en niet met wat de aanbieders van openbaar vervoer willen. Die zien overigens ook in dat zich in de samenleving een kentering voordoet van een aanbodgericht naar een vraaggerichte economie. Ook de vervoersmaatschappijen proberen daarop in te spelen. Zij weten ook dat als zij niet met hun tijd meegaan, ze de kans lopen om failliet te gaan. Ook vervoersmaatschappijen willen overleven in een steeds veranderende omgeving. Zij zetten in op duurzamer vervoer, bijvoorbeeld door de bussen te vervangen door elektrische bussen. Ook wordt er gekeken naar het inzetten van kleinere bussen, die in de toekomst zonder chauffeur kunnen gaan rijden.

 

Welke invulling staat u hierbij voor ogen als u in de toekomst eventueel sociale wijkteams wilt gaan inschakelen?

Wij proberen als gemeente om de kennis die je opdoet vanuit een sociaal wijkteam of een vereniging mee te nemen, zodat het gemeentebestuur en het ambtenarenapparaat daar hun voordeel mee kunnen doen. In Leiden werken zo’n 1300 ambtenaren. Sociale wijkteams zijn voor de gemeente belangrijk. Daarnaast proberen we door middel van een gebiedsgerichte aanpak werkzaamheden te combineren en planmatig op elkaar af te stemmen, zodat voor de bewoners zo min mogelijk overlast veroorzaakt wordt. Vroeger kwam het nog weleens voor dat als de ene afdeling verantwoordelijk was voor de bestrating van een weg en de andere afdeling riolering aanlegde, beide werkzaamheden niet op elkaar werden afgestemd. Dan lag zo’n straat twee keer open. Daar zit geen enkele bewoner op te wachten In de zeer nabije toekomst gaat er in Leiden enorm veel gebouwd worden. Daar vergt veel planning, een goede afstemming van bouwactiviteiten, zodat festiviteiten in de stad zoals de jaarlijkse marathon en het drie oktober feest niet doorkruist worden, maar ook een goede voorbereiding. Als je ergens gaat bouwen moet je je ook afvragen wat er onder de grond zit, waar lopen de kabels en wat is bijvoorbeeld archeologisch interessant in de binnenstad. Het vormt een uitdaging voor het ambtenarenapparaat en vergt een intensieve samenwerking met alle betrokkenen.

 

U bent ook wethouder Cultuur. Bent u van mening dat cultuurdeelname mensen uit een sociaal isolement kan halen? Heeft u daar concrete gedachtes over?

Een rijk cultureel leven is belangrijk voor iedereen, jong en oud, ongeacht opleiding, passief of actief. Er moet een cultureel klimaat heersen waarin mensen kunnen lachen, ontroerd worden en geïnspireerd raken. Daarom geven we als gemeente subsidie aan de verschillende podia die de stad telt, anders wordt het in de stad een dooie boel. Daar zit niemand op te wachten.

 

Wordt betaald parkeren te zijner tijd, bijvoorbeeld alleen bij het winkelcentrum, ook ingevoerd in de Stevenshof, zoals in een aantal andere wijken in Leiden is gebeurd?

Er bestaat momenteel geen enkel plan om in de Stevenshof betaald parkeren in te voeren. De gemeente is daar niet mee bezig. Hoe de wereld er over 10 tot 15 jaar uitziet, kan ik niet overzien, maar in de overzienbare toekomst zullen bewoners van de Stevenshof niet hoeven te betalen voor het parkeren van hun auto, ook niet bij het winkelcentrum, de Stevensbloem.

 

Wat is uw oordeel over de herinrichting van het winkelcentrum van de Stevenshof?

De Stevenshof heeft een eigentijds winkelcentrum nodig, dat verdient de wijk. Een winkelcentrum waar buurtbewoners elkaar tegen komen en hun dagelijkse boodschappen doen bij de bakker, de slager en de supermarkt. Door de verbouwing is de kwaliteit van het winkelcentrum sterk verbeterd. De eigenaar van de Stevensbloem heeft fors geïnvesteerd in de verbetering van het winkelcentrum en de gemeente heeft in de openbare ruimte geïnvesteerd.